Johannes Warnaars is lid van het departement Zaanstad en volgt met grote belangstelling de aandacht voor het landelijk thema Democratie. Niet verwonderlijk want in zijn werkzame leven stond de relatie tussen ‘de overheid’ en burger centraal.

Na de middelbare school in Overveen studeerde Johannes Warnaars rechten in Leiden. Hij deed daarna als wetenschappelijk medewerker onderzoek naar het effect van het kroonberoep op de kwaliteit en doorlooptijd van bestemmingsplannen. Aansluitend trad hij in dienst van de Provincie Zuid-Holland om te werken op het gebied van de Wet AROB die toen net was ingevoerd.

 

 


De Wet AROB - administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, ingevoerd in 1976, was een Nederlandse wet die burgers de mogelijkheid bood om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen beschikkingen van de overheid. Deze wet verving de Wet BAB en bood een bredere rechtsbescherming, waarbij de Raad van State de hoogste rechter was. De wet is inmiddels opgegaan in de Algemene Wet Bestuursrecht. 


De verhouding tussen burger en overheid fascineerde hem al tijdens zijn studietijd. Hij nam deel aan maatschappelijke acties, onder meer rond fietsbeleid en milieuproblematiek, en was betrokken bij de oprichting van een lokale politieke partij.
Het leven van Johannes speelt zich grotendeels af in en rond Haarlem, al ligt zijn huis officieel in Bloemendaal; vlakbij de grens van Haarlem. Hij is er geboren en getogen en woont er met zijn vrouw. Zij hebben drie volwassen kinderen en ook vier kleinkinderen. Johannes geeft aan dat Haarlem en de kuststrook eigenlijk één gebied is; alles loopt in elkaar over.’ De nabijheid van stad, duinen en zee heeft zijn blik gevormd. Binnen tien minuten staat hij in op de Grote Markt Haarlem, en met twintig minuten fietsen zit hij aan het strand. ‘Die combinatie maakt het hier bijzonder.’

Politiek actief

Politiek heeft lang een grote rol gespeeld in zijn leven, al laat hij zich niet makkelijk in een hokje plaatsen. Hij vertelt met zichtbaar plezier over ontmoetingen die dat onderstrepen. Zo noemt hij Marjolein Moorman, die hij bewondert om haar bevlogenheid.In haar boek ‘Rood in Wassenaar’ beschrijft Marjolein hoe het persoonlijke voor haar politiek werd in deze welgestelde gemeente. Tegelijkertijd herinnert hij zich zijn gesprekken met VVD-ster Ankie Broekers-Knol die als burgemeester alle partijen stevig bij de haren pakte.

Midden jaren negentig bekleedde hij het wethouderschap in Bloemendaal nadat hij in de tachtiger jaren al deel uitmaakte van de gemeenteraad. Zijn portefeuille was breed: cultuur, monumenten, verkeer, openbare werken en recreatie. Ook strandzaken vielen daaronder, vaak in samenwerking met Zandvoort. Het paste bij zijn interesse in de publieke ruimte en in de vraag hoe je een gemeenschap leefbaar en aantrekkelijk houdt.

Samenleving, Samen-leving, of solo-leving?

 

Gaandeweg groeide zijn zorg over een ontwikkeling die hij steeds duidelijker zag: het uiteenvallen van sociale samenhang. ‘Van samenleving naar ‘samen-leving’, of zelfs ‘solo-leving’,’ zegt hij. Mensen leken zich steeds minder met elkaar verbonden te voelen. Die observatie vormde de basis voor publicaties en initiatieven waarin hij zocht naar manieren om betrokken burgerschap nieuw leven in te blazen.

Die zoektocht bracht hem uiteindelijk een jaar of acht geleden bij het Nut, niet in Haarlem maar in de Zaanstreek. De voorouders van Johannes komen uit de Zaanstreek en waren daar ook maatschappelijk actief. Wat ooit begon als een initiatief van betrokken burgers om onderwijs en ontwikkeling te stimuleren, ziet Johannes nu als een mogelijke sleutel voor hedendaagse vraagstukken.

De overheid heeft veel taken overgenomen, maar kan het niet meer alleen. Tegelijkertijd wordt er wel iets van burgers verwacht. Alleen: hoe organiseer je dat?’Zijn antwoord ligt niet in top-down oplossingen, maar in lokale initiatieven. Hij pleit voor experimenten — pilots — waarin bijvoorbeeld afdelingen van het Nut proberen om mensen weer met elkaar te verbinden. Niet door voor hen te bepalen wat goed is, maar door ruimte te bieden aan eigen initiatief. ‘De één wil met ouderen wandelen, de ander wil meedenken over verkeer. Dat moet allemaal kunnen. Maar als je het bundelt, ontstaat er kracht.’

Die gedachte is niet alleen theoretisch. In Zaanstad, waar hij lid werd van een afdeling van het Nut, zag hij hoe traditie en vernieuwing samen kunnen gaan. Lezingen, prijzen voor maatschappelijke initiatieven, betrokkenheid bij lokale projecten — het zijn volgens hem voorbeelden van hoe een organisatie relevant kan blijven. Tegelijkertijd ziet hij ook daar de bredere maatschappelijke uitdagingen: sociale verschillen, veranderende wijken, gevoelens van machteloosheid.’ Wat je vaak ziet,’ zegt hij, ‘is dat mensen zichzelf nog wel tevreden voelen maar ook bedreigd en niet gehoord door omgeving. Dan gaan ze zwerven in hun stemgedrag of haken ze helemaal af.’ De overheid zelf liet hier ook onderzoek naar doen. 

 

Juist daarom gelooft hij in vormen van burgerparticipatie die verder gaan dan incidentele inspraak. Initiatieven zoals burgerberaden waardeert hij, maar hij zoekt naar iets duurzamers: een structurele manier waarop burgers zich organiseren en hun stem laten horen. Het Nut, denkt hij, kan daarin opnieuw een rol spelen. Niet door terug te grijpen op het verleden, maar door de oorspronkelijke geest ervan — betrokkenheid, verantwoordelijkheid, initiatief — te vertalen naar deze tijd. ‘We hoeven het niet groots te maken,’ besluit hij. ‘Begin klein. Met een paar plekken waar mensen weer met elkaar in gesprek gaan. Van daaruit kan het groeien.’ Zo is in Bloemendaal is recent een initiatief van tijdsparen gestart.  Dat leidt tot verrassende ontmoetingen en gezamenlijke inzet. (Foto: Grote Markt in Haarlem)

 

Johannes zijn politieke carrière kreeg een praktische wending toen hij eenmaal een gezin had. ‘Op een gegeven moment zat ik tot ’s avonds laat nog in raadsvergaderingen, terwijl mijn vrouw alles thuis deed met twee kleine kinderen. Dat voelde niet eerlijk.’ Hij besloot een stap terug te doen — een keuze die typerend is voor zijn manier van denken: betrokken, maar altijd in balans met het persoonlijke leven.

Het Nut kan weer verschil maken

Dat brengt hem bij zijn huidige betrokkenheid bij het Nut. Hij ziet daarin een organisatie met een uitdaging. ‘Er zijn bloeiende afdelingen, maar ook plekken waar het langzaam stilvalt,’ zegt hij. ‘Wat ik mis, is het gevoel dat je niet alleen lid bent van een lokaal departement, maar van iets groters.’ Voor hem ligt de toekomst in wat hij ‘verbonden burgerschap’ noemt.

‘Je kunt drie soorten betrokkenheid onderscheiden,’ licht hij toe. ‘Mensen die geïnformeerd willen worden. Mensen die hun stem willen laten horen. En mensen die actief iets willen doen.’ Het idee is eenvoudig: breng die groepen samen, maak zichtbaar wat er speelt in een gemeente, en geef mensen de mogelijkheid om op hun eigen manier bij te dragen. Hij ziet daarin een rol voor het Nut, als aanjager en verbinder. Niet door grote landelijke projecten op te tuigen, maar door lokaal te experimenteren. ‘Begin met een paar afdelingen die dit willen proberen,’ stelt hij voor. ‘Kijk wat werkt, leer ervan, en bouw het uit.’

Johannes zijn verhaal is geen afgerond geheel, maar een doorlopende zoektocht. Van de duinen van Wassenaar tot de vergaderzalen van lokale politiek, van familiegeschiedenis tot toekomstvisies — alles komt samen in één overtuiging: een samenleving werkt alleen als mensen zich er samen verantwoordelijk voor voelen.

Reageren

Heeft u vragen aan Johannes Warnaars of wilt u reageren? E-mail  johanneswarnaars@gmail.com